Een getal kun je in cijfers en in letters schrijven. Maar wanneer schrijf je een getal in letters en wanneer in cijfers? Mag je beide schrijfwijzen door elkaar gebruiken? En hoe schrijf je op de juiste manier getallen voluit in letters? Kortom: deze blog gaat over het schrijven van getallen.

Samenvatting van het schrijven van getallen

Waarschijnlijk zoek je op dit moment naar een concrete oplossing van je schrijfvraag. Laat ik daarom starten met enkele voorbeelden die je misschien meteen een antwoord geven. Verder in deze blog vertel ik je wat de regels zijn.

  • twee, 21
  • dertig, vijftig, 100
  • driehonderd, achtduizend, negentien duizend
  • half zeven, halfzeven, half uur, halfuur
  • 22 duizend, 123 miljoen
  • zevenhonderdvijfenzeventig, negentien miljoen drieënzestigduizend vierhonderd en tachtig
  • derde, 3e, tienduizendste
  • een derde, twee twee vierde(n), tweeënhalf, twee en een half

Geen vaste regels

Het goede nieuws: er zijn geen vaste regels voor het schrijven van getallen in cijfers of in letters.  Je kunt het dus nooit echt fout doen. Iedereen zal begrijpen wat je bedoelt als je in de ene zin cijfers en de andere zin letters schrijft. Toch staat dit al snel erg rommelig. Daarom zijn er enkele richtlijn opgesteld. Deze geven aan in welke situatie je een getal schrijft in cijfers en wanneer in letters. Je mag gerust afwijken, als je het maar consequent doet.

Door het ontbreken van regels verschilt de schrijfwijze ook van medium tot medium. Zo worden getallen in romans vaak in woorden geschreven en hanteren nieuwssites met feitelijke informatie vaak getallen in cijfers (‘3 doden bij treinongeluk’, ‘5 verdachten opgepakt’, ’15-jarige red leven peuter’, ‘1,1% minder werkloosheid in 2016’). Ook technische teksten bevatten vaker getallen in cijfers omdat deze preciezer zijn (‘Pi is iets meer dan drie’, ‘Pi is 3.14159265359’).

Richtlijnen voor het schrijven van getallen voluit in letters

  • In een ‘lopende tekst’ schrijf je getallen tot twintig voluit. Getallen boven de twintig schrijf je in cijfers, dus: drie, acht, achtste, 21.
  • De tientallen tot honderd schrijf je echter ook voluit: dertig, vijftig, 110, tachtigste.
  • En ook honderdtallen tot duizend en duizendtallen tot twaalfduizend schrijf je voluit: driehonderd, zesduizend, 15 duizend.
  • De woorden miljoen, miljard, biljoen, etcetera worden ook voluit geschreven: vier miljoen, 17 miljard, zevenmiljardste.
  • Een lange reeks nullen is lastig leesbaar. Daarom worden woorden soms gecombineerd met cijfers. Denk hierbij aan 22 duizend, 123 miljoen, 16 miljard. Niet-ronde getallen worden meestal in cijfers weergegeven omdat het uitschrijven in woorden simpelweg te veel ruimte inneemt en dit het woord lastig leesbaar maakt. Ook is het vaak van belang dat dit getal exact wordt weergegeven. Vergelijk 11.853.734 maar eens met ‘elf miljoen achthonderddrieënvijftigduidend
    zevenhonderd en vierendertig’. Door een getal in cijfers te schrijven leg je op het getal ook meteen de nadruk, wat bij niet-ronde getallen meestal de bedoeling is. Anders had je ongetwijfeld geschreven: ‘ongeveer twaalf miljoen.’

Uitzonderingen

Op de voorgaande richtlijnen bestaan enkele (logische) uitzonderingen:

  • Exacte getallen (ik haalde het hierboven al even aan), zoals afmetingen, afstanden, temperaturen, gewichten en jaartallen, schrijf je altijd in cijfers: ‘De Tweede Wereldoorlog duurde van 1940 tot 1945’,’Morgen wordt het 21oC’.
  • Om getallen beter te kunnen vergelijken, schrijf je deze ook als cijfers: ‘De voetbalwedstrijd werd gewonnen met 5 tegen 1.’
  • Percentages schrijf je vrijwel altijd in cijfers: “De NS voert een tariefsverhoging door van 3 procent.”
  • Hetzelfde geldt voor kleine geldbedragen: ‘Een liter diesel kost tegenwoordig slechts 1 euro!’
  • Als een zin, door het exact toepassen van de richtlijnen een mix van cijfers en letters krijgt, hebben cijfers de voorkeur. De volgende zin is lastig te begrijpen: ‘Van de 147 eindexamenkandidaten zijn er negentien gezakt en 128 geslaagd.’ Beter kun je schrijven: “Van de 147 eindexamenkandidaten zijn er 19 gezakt en 128 geslaagd.”
  • Bij een tijdsaanduiding zijn zowel de losse variant als de vaste beiden goed:
    • half uur, halfuur
    • half tien, halftien

Probeer te voorkomen dat een zin (of een kopje) met een getal in cijfers begint. Is dit echt niet te voorkomen, dan begint het woord na het getal met een kleine letter: “5 goede redenen voor het schrijven van een blog.”

Hoe schrijf je getallen voluit op de juiste wijze?

Soms is het wenselijk om getallen in woorden te schrijven. Hoe schrijf je deze getallen voluit op de juiste wijze? Hierboven zag je al enkele voorbeelden. Ook hiervoor zijn enkele eenvoudige regels opgesteld, zodat lange woorden (enigszins) leesbaar blijven. Het mag echter duidelijk zijn dat in de meeste gevallen cijfers de voorkeur hebben.

De standaard regels

  1. Schrijf getallen in woorden altijd aaneen.
  2. Na duizend komt een spatie.
  3. Woorden als miljoen en miljard worden altijd los geschreven.

Laat ik enkele voorbeelden geven ter illustratie:

  • zevenhonderdvijfenzeventig (regel 1)
  • tweeduizend vijfhonderdzevenenzeventig (regel 1 en 2) of vijfentwintighonderdzevenenzeventig (regel 1)
  • negentien miljoen drieënzestigduizend vierhonderdtachtig (regel 1,2 en 3)

Betere leesbaarheid door het toevoegen van ‘en

Voor de leesbaarheid mag je eventueel het woordje ‘en’ als los woord toevoegen ná honderd of duizend:

  • zevenhonderd en vijfenzeventig
  • tweeduizend vijfhonderd en zevenenzeventig (of vijfentwintighonderd en zevenenzeventig)
  • negentien miljoen drieënzestigduizend vierhonderd en tachtig

Grote getallen

In het geval van grote, ronde getallen met miljoen, miljard etcetera mag je cijfers en letters combineren. Je plaatst in dit geval een spatie tussen het cijfer en het woord. Bij getallen met duizend is dit minder gebruikelijk, maar wel toegestaan:

  • 25 duizend
  • 10 miljoen euro, € 10 miljoen

Valuta

In het Nederlandse taalgebied wordt gewoonlijk bij valuta het valutateken (€,£,¥) vóór het bedrag geplaatst. Tussen het valutateken en het bedrag staat altijd een spatie. Voor de plaatsing van het euroteken bestaat echter geen officiële Europese standaard. Internationale symbolen voor munteenheden kunnen voor of achter het bedrag staan. In Nederland is het gebruikelijk deze eenheid voor het bedrag te zetten.

Bij kleine bedragen geven we vaak het aantal centen ook weer. Betreft het een rond bedrag, dan mag je eindigen met 00, — (twee streepjes) of – (één streepje). Bij grote, ronde bedragen vermelden we echter zelden het aantal centen.

  • € 15,00
  • € 15,–
  • € 15,-
  • € 500
  • EUR 500
  • 500 euro
  • vijfhonderd euro

Rangtelwoorden voluit geschreven

Rangtelwoorden geven een bepaalde volgorde aan (eerste, tweede) en schrijf je altijd zonder spatie. Ook als de woorden wat langer worden. Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden:

  • derde (3e,3de) 
  • duizenddertiende (1013e, 1013ste)
  • tienmiljoenste (10.000.000e, 10.000.000ste)

Breuken voluit geschreven

Tenslotte kennen we nog delen van hele getallen, zoals ⅓. Voorheen schreef het Witte Boekje deze breuken aaneen. Inmiddels schrijven we volgens de officiële spelling én de Spellingswijzer van Onze Taal de teller en de noemer los van elkaar. Halve getallen schrijven we los via de tussenvoeging ‘en een‘ of aan elkaar. 

  • 1/3: een derde
  • 2/4: twee vierde(n)
  • 2 2/8: twee (en) twee achtste(n)
  • 2 1/2: tweeënhalf, twee en een half

jeroen beelen handtekening

 

 

 

 

 

afbeelding: Dustin Liebenow