Pannekoek of pannenkoek? Wanneer schrijf je een tussen-n en wanneer krijgen woorden geen extra n? In dit blogartikel leg ik de regels voor de tussen-n helder uit en geef je diverse voorbeelden. 

De officiële spellingregels zijn ingewikkeld. Zo ingewikkeld dat pannenkoek mede oorzaak was van het oprichten van een alternatieve spellinggids: Het Witte Boekje. Dit boekje met regels, uitgegeven door het Genootschap Onze Taal, bevat spellingregels die dichter bij de mensen staan. Het Witte Boekje wordt veel door de media gebruikt en ook ik hanteer het bij het schrijven.

Pannenkoek of pannekoek?

Maar terug naar de vraag der vragen: pannenkoek of pannekoek? Ik sta iets langer stil bij dit voorbeeld omdat het illustreert waar de onduidelijkheid zit. De officiële spelling, zoals de overheid die voorschrijft, keurt alleen pannenkoek (met een tussen-n) goed. Het Witte Boekje daarentegen laat het gebruik van de tussen-n vrij: naast pannenkoek mag je dus ook pannekoek schrijven (als je maar consequent bent). Pannenkoek lijkt iets gebruikelijker te zijn. Onze Taal geeft op haar website de volgende uitleg: “De meeste mensen zien het woord als een ‘gewone’ samenstelling: een ‘koek die in een pan wordt gebakken’. Toch zijn er ook mensen die de tussen-n storend vinden, omdat ze duidelijk één pan voor zich zien waarin elke pannekoek wordt gebakken”.

Zowel pannekoek en pannenkoek zijn volgens de witte spelling goed.

Regels voor de tussen-n

De officiële spelling laat het gebruik van een tussenklank voor woorden als schaap(s)herder en staat(s)lening vrij. Echter, voor het gebruik van de tussen-n bestaan er binnen de officiële spelling bindende regels. Deze ingewikkelde regels staan in de Leidraad van het Groene Boekje.

Voor het Witte Boekje is het wel of niet schrijven van de tussen-n een vrije kwestie. Je kunt bij alle tussenklanken dus afgaan op je eigen taalgevoel. Het Genootschap Onze Taal hanteert wel een aantal handvatten om de keuze voor een schrijfwijze met of zonder tussen-n gemakkelijker te maken. Het is bij deze regels dus geen kwestie van goed of fout.



vissekom of vissenkom

Is het vissenkom of vissekom?

Je schrijft bij voorkeur een tussen-n als:

  • het woord een letterlijke of concrete betekenis heeft. Denk aan een kattenluik (deur voor een of meerdere katten), vissenkom (kom met een of meer vissen) en een boekenbon.
  • je meteen denkt aan meerdere ‘exemplaren’ van het eerste deel van het woord, zoals bij adressenlijst, krantenbak, minutenlang en wagenpark.
  • het eerste deel van het samengestelde zelfstandig naamwoord één of meer personen aanduidt: huisartsenpost, ziekenwagen of mensenhandel.

Je schrijft bij voorkeur géén tussen-n als:

  • het eerste deel van het woord een abstract woord is of geen meervoud kent. Zo schrijf je bij voorkeur: chocolademelk, gerstebier en tarwemeel.
  • het eerste deel van het woord geen zelfstandig naamwoord is maar een bijvoeglijk naamwoord of een werkwoordstam: hogepriester, rijkelui.
  • een (deel van de) samenstelling zijn van oorsprong letterlijke betekenis verliest. Denk maar eens aan hondeweer, kattegejank en paardebloem.
  • het duidelijk gaat om slechts één exemplaar van het eerste woord: ruggeprik (prik in slechts één rug).
  • een woord eindigt op -lijk, -achtig, of -ling(s): herhaaldelijk, beigeachtige, beurtelings, lenteachtig.
  • een woord eindigt op -loos: hopeloos, eindeloos, nutteloos. Als je bij het woord meteen denkt aan meerdere ‘exemplaren’ van het eerste deel, is ‘en’ beter: ideeënloos.

Meer spelling

Content zoals een blog of whitepaper worden belangrijker dan ooit. Je deelt hierin kennis en zet jezelf in de markt als expert. Bevatten je teksten echter schrijffouten, dan leidt dit af van de inhoud en bereik je juist het tegenovergestelde. Als tekstschrijver en redacteur kom ik veel schrijffouten tegen. In de komende blogs help ik je met de meestvoorkomende spellingfouten.

jeroen beelen handtekening

 

 

 

 

 

foto: jeffreyw, Benson Kua