Als tekstschrijver valt mij vaak het verkeerd gebruik van aanhalingstekens op. Blijkbaar is het lastig te bepalen wanneer je dubbele of enkele aanhalingstekens schrijft, en wanneer juist niet. Vooral in de horeca zie ik veel fouten (wat dan weer tot komische situaties leidt). Zo serveert mijn café om de hoek Dagelijks “Verse Koffie”. Voor de koffie van vandaag moet je blijkbaar morgen terugkomen.

Wat zijn de regels voor het gebruik van enkele en dubbele aanhalingstekens? Op zich zijn deze regels niet al te ingewikkeld en doe je het waarschijnlijk al automatisch goed. En zoals dat gaat in de Nederlandse taal: de regels zijn buigbaar. Doe er je voordeel mee, als je de dag-aanbieding op het bord schrijft.

Wanneer schrijf je enkele aanhalingstekens?

Enkele aanhalingstekens gebruik je in de onderstaande omstandigheden. Je mag in de plaats van enkele aanhalingstekens ook het woord of zinsdeel cursief schrijven. Welke notatie je ook kiest: zorg dat je consequent bent!



  • Titels zoals titels van een boek, artikel of film worden tussen enkele aanhalingstekens geschreven.
    Bijvoorbeeld: Het artikel ‘Oxford Comma‘ sluit goed aan op dit artikel.
  • Bij de introductie van -voor de lezer- nieuwe of ingewikkelde woorden. De eerste keer wordt het woord tussen aanhalingstekens gezet.
    Bijvoorbeeld: De ‘buyer persona‘ is een belangrijk onderdeel binnen marketing automation.
  • Zelfbedachte woorden worden tussen enkele aanhalingstekens gezet, zodat de lezer niet struikelt over het woord.
    Bijvoorbeeld: Is een ‘benefietkeeper’ een doelman die voor het goede doel staat?
  • Ironisch bedoelde woorden schrijven we tussen enkele aanhalingstekens om aan te geven dat de woorden niet letterlijk zo bedoeld zijn. vaak bedoelen we juist het tegenovergestelde.
    Bijvoorbeeld: De training verliep natuurlijk weer ‘vlekkeloos’. Niet dus.
  • Ook een gefingeerd citaat staat tussen enkele aanhalingstekens. Dit is een tekst die niet letterlijk uitgesproken is, maar wel de sfeer uitdrukt.
    Bijvoorbeeld: Toen ik mijn treinkaartje niet kon vinden riepen wel drie mensen ‘Schiet eens op!’ Het kan dus best zo zijn dat deze mensen iets anders riepen, maar wel van dezelfde strekking.

Altijd leuk: hoe het niet moet

Wanneer gebruik je dubbele aanhalingstekens?

Dubbele aanhalingstekens gebruik je voor citaten. Er zijn geen vaste regels, maar de meest toegepaste notaties vind je hieronder. Overigens wijken sommige romanschrijvers hier vanaf. Zij hanteren de ELDA-regel: Eerst Leestekens Dan Aanhalingstekens.

  • Bij het citeren van een hele zin begint de zin met een hoofdletter en valt de punt of het leesteken binnen de aanhalingstekens.
    Bijvoorbeeld: Ik zei nog: “Dat past nooit!”
  • Als de zin begint met een citaat, krijgt het citaat een hoofdletter. De punt aan het einde van het citaat vervalt. Een vraagteken of een uitroepteken blijft wel staan. Na het citaat volgt een komma. De komma mag bij een vraagteken eventueel weggelaten worden.
    Bijvoorbeeld: “Dat is me toch ook wat!”, schreeuwde de buurvrouw. “Ik kon er niets aan doen”, antwoordde ik.
  • Een deel van een citaat komt ook tussen dubbele aanhalingstekens. Het citaat begint dan met een kleine letter en de punt valt buiten de aanhalingstekens.
    Bijvoorbeeld: De agent vond mijn opmerking “nogal bot”.
  • Bij een onderbroken citaat plaats je de komma binnen de aanhalingstekens als dat in de oorspronkelijke zin ook het geval is.
    Bijvoorbeeld: “Kortom,” vervolgde de beklaagde zijn verhaal, “we hadden eigenlijk geen andere keuze.”
    Bijvoorbeeld: “Wie” riep hij wijs, “zijn billen brandt, moet op de blaren zitten!”

 

Wanneer gebruik je geen aanhalingstekens?

Er zijn twee situaties waarin je geen aanhalingstekens gebruikt.

 

  • Voor gedachten gebruik je geen aanhalingstekens. Je schrijft een dubbele punt, gevolgd door een kleine letter.
    Bijvoorbeeld: Ik dacht nog: dat regel jij wel.
  • Om een woord te benadrukken. Dat is gewoonweg fout. Daardoor lijkt het alsof je het juist ironisch bedoelt. Om woorden te benadrukken maak je deze cursief, vet of onderstreep je woorden.
    Fout voorbeeld: De koffie is ‘vers’ voor u gezet.
    (tenzij dit ironisch bedoeld is, wat ik niet verwacht).
    Goed voorbeeld:De koffie is vers voor u gezet.

jeroen beelen handtekening