Sorry voor deze lange brief maar ik had geen tijd voor een korte“. We schrijven sneller lange teksten dan korte. Dat werkt niet op internet. De Elsschotproef biedt uitkomst!

Het schrijven van lange teksten is eenvoudiger dan het schrijven van korte teksten. Bij korte teksten moet je nadenken over de essentie van de tekst. Wat wil ik vermelden en wat kan ik eventueel schrappen zonder de essentie te verliezen? Dat kost veel denkwerk. Daarom schrijf ik meestal eerst wat ik wil vertellen en ga vervolgens schrappen volgens de Elsschotproef. “Schrijven is schrappen“, nog zo’n uitdrukking.

Wat is de Elsschotproef?

De Elsschotproef – vernoemd naar de schrijver Willem Elsschot – is geen leesbaarheidstest. Het is een verzameling regeltjes die teksten kort en bondig maakt. Natuurlijk zonder dat de inhoud verloren gaat. De proef zorgt voor actief taalgebruik en maakt zinnen kort en bondig, persoonlijk en levendig.

Elsschotproef ideaal voor webteksten

De Elsschotproef is erg geschikt voor webteksten. Mensen zijn niet gewend om lange teksten van een beeldscherm te lezen. Webbezoekers scannen een tekst, halen er steekwoorden uit en vullen de rest zelf in. Daarom zijn logische kopjes belangrijk; koppen moeten eigenlijk het verhaal vertellen.

Wat zijn de regels van de Elsschotproef?

De proef (eigenlijk is het geen echte proef) bevat de onderstaande verzameling regels. Door de regels toe te passen op een tekst, ontstaat een kort en bondig verhaal waarvan de essentie bewaard blijft.

  • Vermijd de lijdende vorm (“Deze tekst werd door mij geschreven om…”) en het werkwoord ‘worden’.
  • Vermijd ‘men’. Men voegt weinig toe aan een zin. Wie is men? (“Men zou zich verbazen over…”).
  • Vermijd te veel hulpwerkwoorden als zouden, kunnen en hebben (“Het toepassen van deze regels zou kunnen zorgen voor…”).
  • Schrap formele en ambtelijke taal. Deze is vaak nodeloos ingewikkeld en lastig leesbaar. Vervang deze door spreektaal.
    derhalve – dus
    dientengevolge – daardoor
    door middel van – door
    met betrekking tot – over, voor
    op het gebied van – op, in
  • Maak nietszeggende uitdrukkingen concreet. Nietszeggende uitdrukkingen zijn bijvoorbeeld: af en toe, bij benadering, diverse, doorgaans, min of meer, mogelijks, over het algemeen, tot op zekere hoogte, waarschijnlijk of wellicht.
  • Vermijd een dubbele ontkenning (“Het is niet onwaarschijnlijk dat…”).
  • Positief geschreven teksten lezen prettiger en makkelijker.
  • Vervang ‘maar’ door en, ook of bovendien. ‘Maar’ is defensief en heeft een negatieve bijklank.

 

Succes!

 

jeroen beelen handtekening