Schrijf je omdat of doordat? Dan of als? Te veel of teveel? En wat is het verschil tussen letterlijk en figuurlijk? Sommige woorden lijken erg op elkaar. Maar soms betekenen deze woordparen juist het tegenovergestelde.

Verkeerd woordgebruik levert vreemde zinnen op. Zo las ik onlangs een oproepje over een langs de weg gevonden kat die “letterlijk om hulp riep”. Laten we daarom starten met:

Het verschil tussen letterlijk en figuurlijk

Het verschil tussen letterlijk en figuurlijk is eigenlijk niet zo ingewikkeld. Toch lees en hoor je regelmatig fouten. Wat is het verschil?

De betekenis van letterlijk

Bedoel je iets letterlijk, dan zeg of schrijf je iets zonder andere bedoelingen. Wat je zegt gebeurt of bestaat echt: “Jan viel in het water.” Het is duidelijk dat Jan kletsnat is na deze gebeurtenis.

De betekenis van figuurlijk

Bedoel je iets figuurlijk, dan is wat je zegt niet echt gebeurd, maar bedoel je het bij wijze van spreken. Je geeft een voorbeeld van een situatie die net zo absurd (erg, vreemd of vervelend) is: “Het verjaardagsfeest viel in het water”. In het water vallen is niet leuk en dus kun je ervan uitgaan dat het feest geen fijn einde kende. Niemand zal echter kletsnat naar huis zijn gaan.

Spreekwoorden zijn figuurlijk. Schrijf je: “Dat is water naar de zee dragen”, dan zou de letterlijke betekenis zijn dat je een emmer vol water neemt en hiermee naar de zee loopt. Omdat dit vrij zinloos is, gaat iedereen er van uit dat je dit figuurlijk bedoelt en je dus wilt aangeven dat hetgeen waar je het zojuist over had, net zo zinloos is.

Figuurlijk wordt letterlijk

Sommige figuurlijke uitdrukkingen worden op den duur letterlijk. Een mooi voorbeeld is het woord ‘handicap’. Dit is van oorsprong een term uit de sport (bijvoorbeeld golf) die gebruikt wordt om een gradatie bij goede spelers aan te geven. De speler is zo goed, dat hij een handicap krijgt: minpunten aan het begin van een spel. Een golfer is trots op zijn handicap.

Het woord handicap wordt tegenwoordig meestal letterlijk gebruikt en duidt dan op een beperking, zoals een geamputeerde arm. De eigenaar zal daar over het algemeen iets minder trots op zijn.

Nadruk leggen op een letterlijke gebeurtenis

In sommige gevallen is het onduidelijk of een opmerking een letterlijke of figuurlijke betekenis heeft. Het gezegde “de appel valt niet ver van de boom” wordt meestal in de figuurlijke zin gebruikt, maar is in een letterlijke context ook best mogelijk.

Om de nadruk te leggen op een echte gebeurtenis kun je het woord ‘letterlijk’ toevoegen aan een zin. Dat kan echter alleen als de gebeurtenis ook daadwerkelijk (letterlijk) heeft plaatsgevonden: “De appel viel letterlijk niet ver van de boom.” Als je dit schrijft, wil je benadrukken dat er echt een appel uit de boom viel, dicht bij de stam.

In het voorbeeld van de kat (zie inleiding) is het vrij duidelijk dat het hier nooit kan gaan om een pratende kat. De zin is dus grammaticaal volstrekt fout. Beter was geweest: “De kat schreeuwde bij wijze van spreken om hulp”.

Welke woorden schrijf je los en welke woorden aan elkaar?

Veel mensen vergissen zich in het wel of niet aan elkaar schrijven van woorden als teveel, tenminste en tenslotte. Ook ik ben niet zonder zonde. Het onjuist schrijven van deze woorden kan de zin soms in een totaal ander daglicht zetten.

Zelfstandig naamwoorden

zelfstandig naamwoord aan elkaar spelfout

Zelfstandige naamwoorden los of aan elkaar schrijven? Blijft lastig voor ijsfabrikanten.

Zelfstandig naamwoorden zijn woorden waar je een lidwoord (de, het, een) voor kunt zetten. Het zijn woorden die je gebruikt om dieren, mensen, dingen en plaatsen mee aan te duiden. Denk maar aan fiets, kind en televisie. Soms bestaat een zelfstandig naamwoord uit een samenstelling van meerdere zelfstandige naamwoorden. Je schrijft deze samenstelling dan vrijwel altijd aan elkaar, ook al ziet het woord er dan misschien wat vreemd uit. Tussen twee zelfstandige naamwoorden mag je een afbreekstreepje zetten als dat de leesbaarheid verbetert. Heeft een van de woorden al een afbreekstreepje van zichzelf of ontstaat er een klinkerbotsing, dan is een afbreekstreepje verplicht. Woorden die bestaan uit een Nederlands en een buitenlands woord, worden volgens dezelfde regels geschreven. Dus:

  • directiesecretaresse, spelfoutcorrectie (gewone samenstelling)
  • politie-auto, ski-uitrusting (klinkerbotsing)
  • ledlapm, hivpatiënt (samenstelling met afkorting)
  • e-mailbericht, ad-hoc-oplossing (zelfstandig naamwoord met afbreekstreepje)
  • opensollicitatiebrief, kortetermijnplanning (samenstelling met bijvoeglijk naamwoord)
  • marketingautomationsysteem, opensourcebedrijf (combinatie met Engelse woorden)

Je ziet de laatste tijd heel erg veel fouten, waarbij zelfstandige naamwoorden los van elkaar worden geschreven. In reacties op Facebook gaat het zelden goed. Hoe komt dit? Ik denk dat een grote oorzaak de woordsuggestie op mobiele telefoons is. Deze doet tijdens het typen een suggestie voor het eerste deel van het woord. Zodra je de suggestie bevestigt, wordt er automatisch een spatie toegevoegd, waarna je verder gaat met het tweede deel van het woord. Leer je de woordsuggestie niet dat deze twee woorden aan elkaar geschreven worden, dan blijft dit fout gaan.

Te veel of teveel?

Te veel wordt meestal los geschreven, tenzij het gaat om een zelfstandig naamwoord. Vergelijk de volgende zinnen maar eens:

  • Ik maakte te veel schrijffouten om een voldoende te halen.
  • Ik maakte een teveel aan schrijffouten om een voldoende te halen.

Ten minste of tenminste?

Gebruik ‘ten minste’ als je een minimaal aantal handelingen wilt aangeven. ‘Tenminste’ (aan elkaar) betekent in ieder geval. De volgende zinnen geven het verschil weer:

  • Om een auto te mogen rijden moet je ten minste 16 jaar oud zijn.
  • Aan het einde van het pokerspel had hij tenminste zijn inleg terugverdiend.

Ten slotte of tenslotte?

Ook deze twee woorden hebben een totaal andere betekenis als je ze los of aan elkaar schrijft. ‘Ten slotte’ is een tijdsaanduiding en betekent iets als aan het einde, terwijl ‘tenslotte’ betekent per slot van rekening. Twee voorbeeldzinnen ter verduidelijking:

  • De wedstrijd eindigde ten slotte in 5-5 gelijkstand.
  • Ik ben tenslotte ook maar een mens!

Wat is het verschil tussen Omdat en Doordat?

Het verschil tussen ‘omdat’ en ‘doordat’ is best ingewikkeld. De meeste mensen weten wel dat het iets te maken heeft met oorzaak en gevolg, maar hoe zit het precies? De verwarring ontstaat denk ik doordat (!) we in de spreektaal er een potje van maken en nauwelijks nog het woord ‘doordat’ gebruiken.

De regels

  • ‘Omdat’ gebruiken we om een reden aan te geven, bijvoorbeeld: Ik ga wekelijks naar fitness omdat dit goed voor mijn lichaam is. Bij een reden horen woorden als waarom, daarom en omdat.
  • ‘Doordat’ gebruiken we om een oorzaak aan iets aan te geven. In het algemeen hebben mensen hier geen invloed op. Bijvoorbeeld: De weg is glad doordat het vannacht gevroren heeft. Bij een oorzaak horen woorden als waardoor, daardoor en doordat.

Het verschil tussen de woorden Dan en Als

Ook als lastig wordt ervaren het verschil tussen de woorden ‘dan’ en ‘als’. Het woord ‘dan’ gebruik je als je twee woorden met elkaar wilt vergelijken en je een verschil tussen deze woorden wilt aangeven.

  • Een appel is zoeter dan een citroen.
  • Mijn broer is ouder dan ik.

Wil je echter twee zaken met elkaar vergelijken en de overeenkomst tussen beiden benadrukken, dan gebruik je het woord ‘als’:

  • Een appel is even zoet als een peer.
  • Mijn broer is even oud als ik.

Schrijf je Die of Dat?

Voor mensen waarvan het Nederlands niet de moedertaal is, zijn de betrekkelijke voornaamwoorden ‘die’ en ‘dat’ vaak lastig. Die-woorden verwijzen altijd naar de-woorden van een mannelijk, vrouwelijk of onzijdig geslacht. Bijvoorbeeld:

  • die auto: “Daar staat de auto die gisteren gestolen is!”
  • die kinderen: “De bal is van de kinderen die daar spelen.”
  • die vrouw: “Deze poster is opgehangen door de vrouw die haar kat kwijt is.”

Het woord ‘dat’ verwijst naar (onzijdige) het-woorden die personen aanduiden:

  • het meisje: “Zij is het meisje dat ik gisteren sprak.”
  • het bestuurslid: “Daar loopt het bestuurslid dat onlangs aftrad.”
  • het nichtje: “Op deze foto staat mijn nichtje dat in het buitenland woont.”

De keuze tussen ‘die’ en ‘dat’ hangt dus niet af van het woordgeslacht; het gaat er om of je te maken hebt om een ‘de-woord’ of met een ‘het-woord’.

jeroen beelen handtekening

 

 

 

 

 

Foto: Gratisography